 |
 |
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z |
 |
Areflexie:
Het ontbreken van reflexen |
 |
Atonisch:
Gekenmerkt door het ontbreken van normale spanning of kracht |
 |
Blaashals:
Het versmalde deel van de blaas waar deze overgaat in de urethra (urinebuis) |
 |
Candidiadis (candidose):
Huidplekken van erytheem gekenmerkt door rode vlekken of blaren met satelliet-laesies. Gaat vaak gepaard met jeuk. |
 |
Cystometrie:
Methode waarmee de druk-capaciteitsverhouding van de blaas gemeten wordt |
 |
Cystoscopie:
Een verlichte cystoscoop wordt in de blaas geschoven via de meatus urethrae onder (plaatselijke of algehele) narcose; hierdoor kunnen de urethra (urinebuis) en de blaas bekeken worden voor diagnose- of behandelingsdoelstellingen. |
 |
Detrusor:
Gladde spier die de blaas doet samentrekken |
 |
Diarree:
Frequente lozing van niet-ingedikte/waterige ontlasting in hoeveelheden groter dan 150 ml faeces per dag, met name het resultaat van verhoogde peristalsis |
 |
Dyssynergie:
Verstoring van spiercoördinatie (bv. blaas/sfincter dyssynergie = gebrekkige gecoördineerde werking tussen blaasspier en sluitspier) |
 |
Dysurie:
Pijnlijke urinedrang/lozing |
 |
Elektromyografie:
Door middel van elektroden wordt de activiteit van de gestreepte spieren in de lage urinewegen (bekkenbodem en sluitspier) gemeten en geregistreerd |
 |
Enurese:
Meestal gebruikt in de betekenis van urinelozing tijdens de slaap ('bedplassen') |
 |
Erosie/Afschilfering:
Verwijdering van de opperhuid |
 |
Erytheem:
Roodheid van het huidoppervlak ten gevolge van bloedvatverwijding |
 |
Externe sfincter:
Gestreepte spier die geprikkeld wordt door de nervus pudenda (zenuw van de geslachtsdelen). Willekeurige controle. |
 |
Faecale Incontinentie:
Onvermogen om de lozing van lucht, vloeibare en/of vaste ontlasting onder controle te houden |
 |
Flow of flowrate:
De hoeveelheid urine die via de urethra (urinebuis) per tijdseenheid geloosd wordt |
 |
Gastro-intestinaal stelsel:
Maag-darmkanaal |
 |
Genito-urinair of uro-genitaal:
Met betrekking tot de geslachtsorganen en urinewegen |
 |
Hematurie:
Bloed in de urine; al dan niet zichtbaar met het blote oog |
 |
Huid-sealant (huidbeschermer):
Voorzien in een doorzichtige huidbeschermende laag van copolymeer die helpt bij het verwijderen van kleefmiddelen van de huid |
 |
Hydronefrose:
Vergroting van een nier of beide nieren ten gevolge van hoeveelheden urine die niet kunnen ontsnappen |
 |
Hyperreflexie:
Verhoogde activiteit van reflexen ten gevolge van een verstoring van de zenuwbeheersing |
 |
| ^ Naar boven |
 |
Interne sfincter:
Gladde spier die een voortzetting is van de gladde kringspier van het rectum (endeldarm). Begint bij het meest proximale deel van het anale kanaal en strekt zich distaal circa 3 cm uit. Onwillekeurige controle. |
 |
Intraveneus Pyelogram (IVP):
Serie röntgenfoto's genomen nadat contrastvloeistof via de bloedbaan is ingespoten. Doordat de contrastvloeistof zich verspreidt en door de nieren loopt, kan de grootte, locatie en vorm van de nieren worden bekeken en de inhoud van het nierbekken en ureters (urineleiders) worden geëvalueerd. |
 |
Intravesicale druk:
Druk in de blaas |
 |
Lage urinewegen:
Omvat de blaas en de urethra (urinebuis) |
 |
Maceratie:
Weekmaking van de huid door deze in vloeistoffen te drenken. De huid wordt wit en doordrenkt van water. |
 |
Meatus uretrae:
Uitwendige opening van de urethra |
 |
Mictie:
De lozing van urine, het plassen, legen van de blaas |
 |
Mucosa:
Bedekt de binnenwand van het maag-darmkanaal en de blaas; slijmvlies |
 |
Nervus pudendus:
Zenuw die de uitwendige geslachtsdelen prikkelt, met name van vrouwen |
 |
Nocturie:
Elke nacht wakker worden door aandrang tot urineren |
 |
Obstructie:
Blokkage |
 |
Perineale dam of streek:
Streek tussen vaginamond en anus bij vrouwen; streek tussen balzak en anus bij mannen |
 |
Perineum:
Streek tussen de anus en de uitwendige geslachtsdelen |
 |
Pessarium:
Voorwerp dat in de vagina gebracht wordt ter ondersteuning van de baarmoeder |
 |
Prostaat:
Klier, bij mannen, die de blaashals en de urethra (urinebuis) omgeeft |
 |
Prostatectomie:
Operatieve verwijdering van de prostaat of een deel daarvan |
 |
Reflux:
Terugstroming |
 |
Resturine (urina residualis):
Hoeveelheid vloeistof die in de blaas achterblijft onmiddellijk na het urineren; urine die in de blaas achterblijft, stagneert en kan leiden tot infecties aan de urinewegen |
 |
Retractie:
Terugtrekking |
 |
| ^ Naar boven |
 |
Stabiel:
Term die een normale detrusorfunctie beschrijft |
 |
Stenose:
Vernauwing; afname in diameter |
 |
Strictuur:
Vernauwing; afname in diameter |
 |
Transuretrale Prostaatresectie (TUR):
Operatieve procedure bij mannen waarbij de gehele of een deel van een vergrote prostaat verwijderd wordt via de urethra (urinebuis) |
 |
Trigonum:
Driehoekig gebied onder in de blaas; het ligt tussen de twee uitmondingen van de ureters (urineleiders) en de urethra (urinebuis). |
 |
Ureter:
De buis tussen de nier en de blaas |
 |
Urethrale insufficiëntie:
Beschadiging van het sluitmechanisme van de urethra (urinebuis) waardoor urineverlies optreedt
Passief: Houdt verband met zuivere stress-incontinentie; daaronder valt lage afsluitdruk van de urethra, verkorte profiellengte, negatieve afsluitdruk van de urethra met toegenomen intra-abdominale druk - minder toename van afsluitdruk van de urethra bij rechtopstaande posities; kan voorkomen bij zowel mannen als vrouwen.
Actief: Ongewenste relaxatie; ook bekend als instabiele urethra; in het algemeen in verband gebracht met een instabiele samentrekking van de detrusor |
 |
Urineren:
Lozing van urine uit de urethra |
 |
Urineonderzoek:
Chemische of microscopische analyse van urine |
 |
Urinewegen:
Systeem dat bestaat uit de nieren, ureters, blaas en urethra |
 |
Urodynamica:
Omvat de morfologische, fysiologische, biomechanische en hydrodynamische aspecten van de urinewegen |
 |
Video-cysto-uretrogram (VCUG):
Zichtbaarmaking door de radioloog van één abnormaal snelle vulling en één lediging van de blaas met een aantal stukjes film met bruikbare intervals. Dit kan de meest waardevolle beoordeling zijn van de structuur van de lage urinewegen, aangezien deze verandert tijdens de mictiecyclus |
 |
| ^ Naar boven |